Hardlopen zonder in een bui te belanden
Een loper heeft geen vertrektijd maar een gewoonte: dinsdag en donderdag, na het werk, hetzelfde rondje. De vraag is dan niet of je nú weg moet, maar of dinsdag een goede dinsdag wordt.


Siënna
Hardloper
Siënna loopt na school haar rondje. Horloge om, haar vast en naar buiten. Wordt ze door een bui verrast, dan wacht ze liever even onder een afdak dan dat ze stug doorrent.
Waar het je bij helpt
- Je legt je rondje één keer vast en zegt erbij op welke dagen je loopt. De route blijft staan, de afspraak blijft staan en alleen de losse keer schuift als het moet.
- Je kunt dagen vooruit kijken in plaats van minuten. Bij een duidelijk signaal krijg je te horen dat je vaste avond eruit ziet als een verkeerde avond, met een dag die er beter uitziet ernaast.
- Je stelt je grenzen in eenheden die je zelf herkent: millimeter regen, graden, windkracht, wel of niet bij onweer, wel of niet bij gladheid. Geen kale score die je eerst moet leren lezen.
- Loop je liever een rondje dan van A naar B, dan is dat een ander soort route en die kun je gewoon tekenen. Je begint en eindigt thuis. Het weer op kilometer één is niet het weer op kilometer acht.
Het verzetten raakt precies één keer. Je vaste dinsdag blijft dinsdag; wat schuift is deze dinsdag. Wie zijn loopavond permanent wil verplaatsen, verandert de afspraak zelf, want dat is een ander besluit en dat hoort een andere handeling te zijn.
Zo zet je het klaar
Teken je rondje
Zet je startpunt en tik de route aan zoals je hem loopt. Je kunt er ook een GPX in laden. Een rondje dat je vijftig keer loopt sla je één keer op en dat is precies het punt: de lijn verandert niet, de dagen wel.
Zeg wanneer je loopt
Welke dagen en rond welk tijdstip. Vanaf dat moment is er iets om over te waarschuwen: zonder vaste avond is er geen avond om te vergelijken met de avond ernaast.
Zet je weergrenzen
Je tempo bepaalt hoe lang je onderweg bent. De grenzen bepalen wanneer je een seintje wilt. Een rustige duurloop bij twee graden doe je misschien nog wel; dezelfde twee graden bij een intervaltraining zijn een ander verhaal. Elk rondje draagt daarom zijn eigen grenzen.
Wat echt iets oplevert
- Leg twee rondjes vast in plaats van één: een korte en een lange. Op een avond met een gat van veertig minuten tussen de buien is de korte ineens de juiste.
- Een rondje is makkelijker droog te lopen dan een route van A naar B. Je komt langs je eigen voordeur en dat is de beste schuilplaats die er is.
- Zet je grens voor onweer aan en laat hem aan staan. Dat is geen weersvraag meer maar een veiligheidsvraag. Daar hoort een app zich niet slim over te voelen.
- Kijk niet elke dag. De waarde van vooruitkijken zit in de dag waarop je je schema verzet. Dat is er hooguit één per week.
Een dinsdag in oktober
Je loopt dinsdag en donderdag om zeven uur. Zondagavond krijg je te horen dat dinsdag er nat uitziet en woensdag droog. Geen bevel, maar een vraag: verzetten?
Je zet die ene dinsdag naar woensdag. Je afspraak met jezelf blijft dinsdag en donderdag; alleen deze week loopt hij een dag op. Donderdag staat er gewoon weer.
Op dinsdagavond regent het inderdaad. Dat is de zeldzame keer dat een weerapp gelijk krijgt op een moment dat je er nog iets aan kon doen.
Verder lezen
- Je vaste hardloopavond: hoe vaak zit die avond fout?
- Schuilen onder een viaduct: werkt dat?
- Hoe het werkt
Ook voor
Je volgende rondje droger lopen?
Een account maken kost een e-mailadres en twee minuten.
Aan de slag