Wandelen tussen de buien door

Een wandeling duurt een half uur en je maakt er drie op een dag. Dat maakt het de makkelijkste vraag van de vier: er is bijna altijd een droog moment. Je moet alleen weten welk.

Jan kijkt je aan, van top tot teen, met zonnebril, gele schoenen en Bikkel naast zich aan de lijn.

Jan

Wandelaar

Jan gaat een paar keer per dag naar buiten met zijn hond Bikkel. Bikkel vindt een plas prima. Een flinke bui bekijkt hij liever van achter het raam.

Waar het je bij helpt

  • Het zoekt binnen het komende dagdeel het droge gat dat lang genoeg is voor jouw rondje, in plaats van te zeggen dat het vanmiddag 60 procent kans op regen is.
  • Het rekent met wandeltempo en niet met fietssnelheid. Vier kilometer per uur betekent dat je een uur onderweg bent op een rondje waar een fietser twaalf minuten over doet. Dat is een heel ander stuk weerbeeld.
  • Het kent de afdakjes langs je route: viaducten, tunnels en bushokjes, met de wachttijd erbij. Bij een wandeling is dat vaak het hele antwoord.
  • Vaste rondjes leg je één keer vast, met de dagen erbij. Het ommetje van kwart over zeven is net zo goed een afspraak als een woon-werkrit.

Wandelen is de enige van de vier waarbij uitstellen bijna altijd kan. Een half uur later is meestal prima. Dat verandert de vraag: niet 'ga ik nat worden' maar 'wanneer moet ik gaan'.

Zo zet je het klaar

  1. Teken je vaste rondje

    Het blokje om, de lus door het park, de lange versie voor het weekend. Met Plens Pro zet je ze allemaal neer. Op een natte dag is de korte ineens de enige die past.

  2. Zet je wandeltempo

    Vier kilometer per uur is een stevige pas en drie is een wandeling met een hond die overal moet snuffelen. Dat verschil bepaalt hoe lang je onderweg bent en dus welk stuk van de middag je te zien krijgt.

  3. Zeg wanneer je gaat

    Wie op vaste momenten loopt, geeft die momenten op. Wie dat niet doet, plant een losse wandeling wanneer het uitkomt. Allebei werkt; het eerste levert een seintje op en het tweede een antwoord op het moment dat je erom vraagt.

Wat echt iets oplevert

  • Plan het lange rondje in de ochtend en houd het korte achter de hand voor de middag. Van een dag waarvan de helft nat is, is de ochtend vaker het droge deel.
  • Met een hond hoef je niet te wachten tot het helemaal droog is, maar wel tot het gestopt is. Een natte pauze duurt gemiddeld ruim een half uur, dus een kwartier wachten is meestal te vroeg.
  • Kijk naar de gevoelstemperatuur en niet naar de thermometer. Vijf graden met wind en motregen is voor een wandelaar iets anders dan vijf graden in de zon; je staat stil zodra je hond dat wil.
  • Zet één rondje dat langs een bushokje of een tunnel loopt. Dat is geen omweg maar een verzekering. Je gebruikt hem vaker dan je denkt.

Een zondagmiddag in november

Het regent al de hele ochtend en Bikkel zit bij de deur. Je vraagt het even na: het stopt rond half drie en daarna blijft het twee uur droog.

Je wacht dus niet af of het opklaart, want dat is de manier waarop je om vier uur alsnog in de motregen loopt. Je gaat om half drie, met het lange rondje in plaats van het blokje om.

Om half vijf ben je thuis en begint het opnieuw. Dat is geen geluk. Dat is één keer kijken in plaats van uit het raam turen.

Verder lezen

Ook voor

Je volgende rondje droger lopen?

Wandeladvies hoort bij Plens Pro; de prijs staat op de prijspagina. Download Plens voor je iPhone of Android. Een account maak je in twee minuten, met alleen een e-mailadres.

Download in de App StoreOntdek het op Google Play

Plens op je telefoon

Scan met de camera van je telefoon. Op de volgende pagina kies je de app of webapp voor jouw toestel.

QR-code naar plensapp.nl/installeren
Download in de App StoreOntdek het op Google Play

Eén account voor app en browser.

Wat wil je kwijt?

Waar gaat het over?

We sturen mee dat je op /voor/wandelaars stond. Verder niets.